27-05-2026

EED-wetgeving in beweging: Wat organisaties nu moeten doen

De Europese duurzaamheidsagenda is onderhevig aan talloze veranderingen. Voor veel organisaties betekent dit dat energiebeheer niet langer een operationeel thema is, maar een strategisch vraagstuk. Met de herziening van de Europese Energy Efficiency Directive (EED) verandert niet alleen de reikwijdte van de wetgeving, maar ook de manier waarop organisaties moeten aantonen dat zij grip hebben op hun energieverbruik en CO₂-reductie. 

Voor bestuurders, vastgoedorganisaties, industriële bedrijven en publieke instellingen is de vraag daarom niet langer óf zij geraakt worden door de EED, maar wanneer, en hoe goed zij voorbereid zijn. 

 

Van auditverplichting naar structureel energiebeheer 

De EED is onderdeel van het Europese “Fit for 55”-pakket en heeft als doel de energie-efficiëntie binnen Europa fors te verbeteren. De herziene richtlijn trad in oktober 2023 in werking en wordt naar verwachting uiterlijk eind 2026 vertaald naar Nederlandse wetgeving.   


Waar de eerdere EED vooral draaide om een vierjaarlijkse energie-audit voor grote ondernemingen, verschuift de focus nu richting structureel energiebeheer en continue verbetering. Dat is een fundamentele verandering. 

Wat verandert er concreet? 

De belangrijkste wijziging is dat de EED-plicht niet langer gebaseerd wordt op bedrijfsomvang (FTE’s, omzet of balanstotaal), maar op daadwerkelijk energieverbruik.   

Oude situatie  Nieuwe situatie (herziene EED) 
Criteria gebaseerd op >250 FTE of omzet/balanstotaal  Criteria gebaseerd op jaarlijks energieverbruik 
Focus op periodieke audit  Focus op structureel energiebeheer 
Auditplicht voor grote ondernemingen  Audit- of EMS-verplichting afhankelijk van verbruik 
Minder nadruk op continue verbetering  Continue monitoring en verduurzaming centraal 

 

Volgens de herziene richtlijn gelden straks de volgende drempels: 

  • ≥ 10 TJ energieverbruik per jaar → verplichte energie-audit
  • ≥ 85 TJ energieverbruik per jaar → verplicht energiebeheersysteem (EMS)   

Daarmee komen ook organisaties in beeld die voorheen buiten de EED vielen, bijvoorbeeld energie-intensieve middelgrote ondernemingen. 

Waarom deze wijziging relevant is voor de directie

De herziening van de EED is méér dan een compliancevraagstuk. Organisaties krijgen te maken met: 

  • hogere eisen aan energiedata en monitoring;
  • strengere rapportageverplichtingen;
  • toenemende druk vanuit klanten en ketenpartners;
  • integratie met ESG- en CSRD-doelstellingen;
  • grotere financiële impact van inefficiënt energiegebruik. 

Tegelijkertijd stijgt de verwachting vanuit financiers, aanbestedende diensten en toezichthouders dat organisaties kunnen aantonen hoe zij structureel sturen op CO₂-reductie en energie-efficiëntie. 
De organisaties die nu investeren in governance, datakwaliteit en energiemanagement, bouwen daarmee niet alleen aan compliance — maar ook aan concurrentievoordeel. 

 

De relatie tussen EED en de CO₂-Prestatieladder 

Voor veel organisaties ontstaat vervolgens de vraag: hoe organiseer je dit efficiënt, zonder een stapeling van losse audits en rapportages? 
Hier komt de CO₂-Prestatieladder nadrukkelijk in beeld. 
De CO₂-Prestatieladder wordt al jaren gebruikt als instrument om CO₂-reductie structureel te verankeren binnen organisaties. Belangrijk is dat de Ladder ook erkend wordt als alternatieve invulling van de EED-auditplicht.   
Voorheen gold dit voor versie 3.1 vanaf niveau 3. Binnen versie 4.0 geldt de Ladder zelfs al vanaf trede 1 als alternatief voor de EED-audit.   

Dat biedt organisaties meerdere voordelen:

  • minder dubbele audits;
  • integratie van energie- en CO₂-management;
  • betere aansluiting op aanbestedingen;
  • structurele PDCA-cyclus voor verduurzaming;
  • sterkere positionering richting klanten en stakeholders. 

Met name organisaties die actief zijn in infra, bouw, industrie en publieke aanbestedingen kunnen hiermee compliance combineren met commerciële meerwaarde. 

De samenhang met andere Nederlandse verplichtingen 

De EED staat bovendien niet op zichzelf. De afgelopen jaren zijn meerdere regelingen aangescherpt binnen de Nederlandse energiewetgeving. 
Sinds 1 juli 2023 zijn onder meer:

  • de energiebesparingsplicht uitgebreid;
  • uitzonderingen voor bepaalde type bedrijven geschrapt;
  • aanvullende onderzoeksplichten ingevoerd voor grootverbruikers;
  • CO₂-reductiemaatregelen nadrukkelijker onderdeel geworden van de regelgeving.

Daarnaast geldt sinds de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024 een bredere benadering van verduurzaming binnen het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).   
In de praktijk betekent dit dat organisaties steeds vaker te maken krijgen met een combinatie van:

  • EED-auditplicht;
  • energiebesparingsplicht;
  • onderzoeksplicht;
  • CO₂-rapportageverplichtingen;
  • CSRD-rapportages;
  • eisen vanuit opdrachtgevers en financiers.

Juist daarom ontstaat behoefte aan één geïntegreerde aanpak in plaats van losse compliance-initiatieven. 

Vier acties om nu al te starten 

Hoewel de herziene EED in Nederland waarschijnlijk pas vanaf eind 2026 volledig van kracht wordt, is wachten geen verstandige strategie. Organisaties die nu starten, voorkomen tijdsdruk, versnipperde data en onnodige investeringen. 

1. Breng het daadwerkelijke energieverbruik concernbreed in kaart

Veel organisaties weten nog onvoldoende hoe hun totale energieverbruik over locaties en bedrijfsonderdelen verdeeld is. 

2. Beoordeel welke verplichtingen straks van toepassing zijn 

De nieuwe EED-systematiek kan ertoe leiden dat organisaties onverwacht audit- of EMS-plichtig worden. 

3. Integreer energiebeheer in bestaande ESG-structuren 

De overlap met CSRD, CO₂-reductiedoelstellingen en supply chain reporting neemt snel toe. 

4. Onderzoek of de CO₂-Prestatieladder strategisch voordeel biedt 

Voor veel organisaties kan dit zowel compliance vereenvoudigen als commerciële kansen vergroten. 

 

Van verplichting naar strategische kans 

De organisaties die de EED uitsluitend zien als administratieve verplichting, lopen het risico achter de feiten aan te lopen. De koplopers gebruiken deze ontwikkeling juist om hun energieprestaties structureel te verbeteren, operationele kosten te verlagen en hun marktpositie te versterken. 
De komende jaren verschuift duurzaamheid verder van “rapporteren” naar “aantoonbaar sturen”. De herziene EED maakt die beweging concreet. 
Wie nu begint met structureren, meten en verbeteren, creëert straks niet alleen compliance — maar ook veerkracht en concurrentiekracht in een snel veranderend economisch landschap. 

 

Meer weten? 

Benieuwd hoe wij je kunnen ondersteunen bij elke stap van uw EED-auditplichten of CO₂-Prestatieladder?  Neem contact op via Esther@2impact.nl 

RVO – EED-auditplicht 
RVO – Herziene EED-richtlijn 
CO₂-Prestatieladder