14-07-2026

Forced Labour Regulation: hoe kunnen bedrijven zich voorbereiden?

De Forced Labour Regulation (FLR) is een game-changer voor bedrijven die actief zijn in of handel drijven met de EU. Nu de implementatie nadert, willen veel bedrijven weten hoe ze kunnen voldoen aan deze nieuwe wetgeving. Bij 2impact begeleiden we bedrijven bij duurzaamheidsuitdagingen zoals de FLR en zorgen we met deskundig advies voor een volledige voorbereiding.

Om volledig op de hoogte te zijn, duiken we in de laatste ontwikkelingen. Op 30 juni 2026 publiceerde de Europese Commissie de lang verwachte Guidelines voor de toepassing van de EU FLR. Deze Guidelines verduidelijken hoe de verordening in de praktijk wordt toegepast, inclusief het verloop van handhaving en de rol van due diligence-inspanningen van bedrijven.

Hoewel de Guidelines geen nieuwe juridische verplichtingen introduceren, bieden ze waardevolle inzichten in wat bevoegde autoriteiten van bedrijven zullen verwachten zodra de wetgeving in december 2027 in werking treedt. In dit artikel vatten we de belangrijkste elementen van de Guidelines samen en leggen we uit wat ze voor bedrijven betekenen.

Wat houdt de Forced Labour Regulation in?

De Forced Labour Regulation verbiedt het om producten die met gedwongen arbeid zijn gemaakt op de EU-markt te brengen, te verhandelen of te exporteren. De wetgeving baseert zich op de ILO-definitie van gedwongen arbeid: arbeid of dienstverlening die onder dwang wordt verricht en waaraan niet vrijwillig is meegedaan. Dit geldt voor zowel gedwongen arbeid opgelegd door particuliere bedrijven als door staten. De wetgeving is van toepassing, ongeacht waar in de toeleveringsketen gedwongen arbeid voorkomt. Zelfs als slechts één onderdeel van een product met gedwongen arbeid is gemaakt, valt het hele product onder de reikwijdte van de verordening.

Hoe zal handhaving verlopen?

Bevoegde autoriteiten zullen handhaving prioriteren op basis van een risicogerichte benadering. Deze benadering richt zich op producten, sectoren en bedrijven met de hoogste risico’s op gedwongen arbeid. Hierbij wordt gekeken naar:

  • de omvang en ernst van de vermoedelijke gedwongen arbeid,
  • de hoeveelheid producten die op de EU-markt worden geplaatst of beschikbaar gesteld,
  • het aandeel van productdelen waarvan wordt vermoed dat deze met gedwongen arbeid zijn gemaakt. 

Vervolgens bepalen autoriteiten welk bedrijf wordt onderzocht op basis van drie factoren:  

  • de nabijheid van het bedrijf tot de vermeende gedwongen arbeid,  
  • de mogelijkheid van het bedrijf om gedwongen arbeid te voorkomen of te beperken,  
  • de omvang en economische middelen van het bedrijf.  

Afhankelijk van waar de vermeende gedwongen arbeid heeft plaatsgevonden, wordt het onderzoek geleid door de Europese Commissie of door de bevoegde autoriteit van een EU-lidstaat, zoals we hieronder stap voor stap beschrijven.

Fase 1: Initiële beoordeling van mogelijke overtredingen

Het onderzoeksproces begint met een initiële beoordeling om mogelijke overtredingen te identificeren. Autoriteiten verzamelen informatie uit databanken zoals de EU Forced Labour Risk Database en informatie van ‘melders’. 

Fase 2: Vooronderzoek

Als er een redelijke kans is op een overtreding, vragen autoriteiten het bedrijf informatie aan te leveren over de maatregelen die zij hebben genomen om gedwongen arbeid in hun bedrijfsvoering en toeleveringsketens te identificeren, voorkomen en beperken. Indien relevant kunnen zij ook informatie opvragen bij leveranciers of andere stakeholders.

Fase 3: Formeel onderzoek

Als er een onderbouwde overtreding ontstaat, vragen autoriteiten om aanvullende documentatie, zoals details over het product, de structuur van de toeleveringsketen, de betrokken partijen, en informatie over locaties en faciliteiten. Autoriteiten kunnen ook locatie inspecties uitvoeren om verder bewijs te verzamelen.

Fase 4: Besluit

Als de autoriteit vaststelt dat een product met gedwongen arbeid is gemaakt, wordt besloten het product te verbieden op de EU-markt. De betrokken producten moeten worden teruggetrokken. Bedrijven kunnen boetes krijgen als zij zich niet houden aan het verbod, bijvoorbeeld door verboden producten te blijven aanbieden op de markt of deze niet terug te trekken.

Wat zeggen de Guidelines over due diligence?

De Forced Labour Regulation legt geen juridische due diligence-verplichting op aan bedrijven. De Guidelines benadrukken echter dat bedrijven met robuuste Human Rights Due Diligence (HRDD)-processen beter in staat zijn om risico’s op gedwongen arbeid te voorkomen en effectief te reageren als zij het onderwerp van een onderzoek worden.

Om bedrijven te ondersteunen, bieden de Guidelines praktische due diligence-aanbevelingen gebaseerd op internationaal erkende normen, waaronder de OECD-richtlijnen voor multinationale ondernemingen over verantwoord ondernemingsgedrag. Deze aanbevelingen volgen het zestappens due diligence-kader van de OECD.

Stap 1: Verantwoord ondernemingsgedrag integreren in beleid en managementsystemen

Bedrijven moeten duidelijke beleidsregels opstellen met betrekking tot gedwongen arbeid en deze integreren in hun governance- en managementsystemen. Het opleiden van relevante werknemers en het communiceren van verwachtingen naar leveranciers en andere zakenpartners is hierbij essentieel, bij voorkeur via schriftelijke contracten. Deze contracten moeten due diligence-eisen cascaderen om verantwoordelijkheid te delen.

Stap 2: Negatieve impacts identificeren en beoordelen

Bedrijven moeten bepalen waar in hun bedrijfsvoering en waardeketens de risico’s op gedwongen arbeid het grootst zijn. Zij moeten de ernst van deze risico’s beoordelen en de meest significante kwesties prioriteren. De EU-database voor gedwongen arbeid, die momenteel in ontwikkeling is, kan als uitgangspunt dienen. Extra bronnen die kunnen worden gebruikt, zijn onder meer zelfbeoordelingen door leveranciers, audits, werknemersgesprekken en stakeholderdialoog.

Stap 3: Negatieve impacts stoppen, voorkomen of beperken

Waar risico’s worden geïdentificeerd, moeten bedrijven passende maatregelen nemen om deze te voorkomen of, als voorkomen niet mogelijk is, te beperken. Dit kan onder meer inhouden: het implementeren van correctieve actieplannen, het aanpassen van inkooppraktijken, het betrekken van leveranciers, het vergroten van de invloedsmogelijkheden of, als laatste redmiddel, het beëindigen van zakelijke relaties.

Stap 4: Implementatie en resultaten monitoren

Bedrijven moeten controleren of hun acties daadwerkelijk de risico’s op gedwongen arbeid verminderen. Het monitoren moet gebaseerd zijn op passende kwalitatieve en kwantitatieve indicatoren en moet bijdragen aan continue verbetering. Bedrijven kunnen bijvoorbeeld de mate bijhouden waarin preventieve of correctieve maatregelen binnen de geplande tijdlijnen zijn geïmplementeerd.

Stap 5: Communiceren hoe negatieve impacts worden aangepakt

Bedrijven moeten openbaar communiceren hoe zij risico’s op gedwongen arbeid identificeren en aanpakken. MKB-bedrijven kunnen zich richten op eenvoudige communicatieacties, zoals het opnemen van een korte update in jaarverslagen of het delen van resultaten met werknemers en belangrijke stakeholders.

Stap 6: Voorzien in of meewerken aan herstel

Om de juiste herstelmaatregelen te bepalen, is het noodzakelijk om de oorzaak van gedwongen arbeid te begrijpen. Als een bedrijf gedwongen arbeid heeft veroorzaakt of eraan heeft bijgedragen, moet het voorzien in of meewerken aan herstel om de getroffen personen zoveel mogelijk te herstellen in de positie waarin zij zouden zijn geweest als de schade niet was aangedaan. Als een bedrijf via een zakelijke relatie verbonden is met gedwongen arbeid, moet het zijn invloedsmogelijkheden gebruikt worden om de verantwoordelijke partij aan te sporen tot effectief herstel. MKB-bedrijven kunnen herstel ondersteunen door deel te nemen aan sectorinitiatieven, samen te werken met NGO’s, vakbonden te betrekken, deel te nemen aan multi-stakeholderplatforms of herstelkosten te delen met andere MKB-bedrijven.

Wat betekent dit voor bedrijven?

Hoewel de Forced Labour Regulation zelf geen due diligence-verordening is, maken de Guidelines duidelijk dat due diligence in de praktijk een belangrijke rol zal spelen. Tijdens handhaving zal van bedrijven worden verwacht dat zij aantonen welke stappen zij hebben genomen om risico’s op gedwongen arbeid in hun bedrijfsvoering en toeleveringsketens te identificeren en aan te pakken.

Bedrijven die robuuste HRDD-processen hebben geïmplementeerd, inclusief leveranciersbetrokkenheid, zijn beter voorbereid om te reageren op verzoeken van bevoegde autoriteiten en hun blootstelling aan risico’s op gedwongen arbeid te verminderen.

Met de inwerkingtreding van de wetgeving in december 2027 is nu het moment voor bedrijven om hun bestaande HRDD-processen te evalueren en waar nodig te versterken. 

Heeft deze blog je interesse gewekt?

Neem vrijblijvend contact op met onze collega Elise via elise@2impact.nl. Dan kijken we samen wat we voor je kunnen betekenen.

Om dieper in te gaan op de Forced Labour Regulation en te ontdekken hoe uw bedrijf zich kan voorbereiden, organiseert 2impact een Share & Learn-sessie. Sluit u aan om praktische strategieën te bespreken, vragen te stellen en te leren van collega’s. Blijf op de hoogte voor meer details over hoe u kunt deelnemen!