10-08-2026

IMVO: Van vrijwillig naar verplicht – Wet Internationaal Verantwoord Ondern

De Wet Internationaal Verantwoord Ondernemen (WIVO) markeert een belangrijke stap in de ontwikkeling van verantwoord ondernemen. De basis hiervoor ligt in internationale afspraken over mensenrechten en milieu.

Met de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (1948) en de daaruit voortvloeiende verdragen ontstond een wereldwijd kader. Zo introduceerde de UN Guiding Principles on Business and Human Rights (UNGP’s, 2011) en de OESO-richtlijnen het concept gepaste zorgvuldigheid (due diligence), waarbij ondernemingen verantwoordelijk worden gesteld om mensenrechten- en milieurisico’s te identificeren, te prioriteren en waar nodig te voorkomen, beperken of beëindigen.

Hoewel de UNGP’s en de OESO-richtlijnen wereldwijd de norm voor maatschappelijk verantwoord ondernemen hebben gevormd, zijn deze instrumenten vrijwillig van aard. De implementatie ervan blijft daardoor afhankelijk van de bereidheid van bedrijven, wat leidt tot verschillen in de toepassing van due diligence. Om een gelijker speelveld in Europa te creëren, introduceerde de Europese Unie de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), die due diligence op Europees niveau verplicht voor grote ondernemingen. Nederland zet deze nu om in nationale wetgeving via de WIVO, die in werking treedt op 26 juli 2028, met een overgangstermijn tot 26 juli 2029.

Doel van de WIVO

De WIVO verplicht grote ondernemingen om feitelijke of potentiële nadelige gevolgen voor mensenrechten en het milieu in hun activiteitenketen te voorkomen, beperken of beëindigen. Daarnaast kunnen ondernemingen aansprakelijk gesteld worden als zij hun verplichtingen niet nakomen.

Wat valt binnen de scope - wat wordt er bedoeld met een activiteitenketen?

De WIVO hanteert de term activiteitenketen, die beperkter is dan de term ‘waardeketen’ uit de CSRD. Het belangrijkste verschil zit in de downstream-activiteiten: het gebruik door consumenten en afvalverwerking vallen namelijk buiten de scope van de WIVO, tenzij de onderneming hier zelf invloed op heeft.

Wie valt onder de WIVO?

Na de Omnibus I-richtlijn is het toepassingsbereik ingeperkt. Onder de WIVO vallen ondernemingen die voldoen aan de volgende twee criteria in twee opeenvolgende boekjaren:

  • Meer dan 5.000 werknemers wereldwijd
  • Wereldwijde netto-omzet van meer dan €1,5 miljard

Voor niet-Europese ondernemingen geldt een netto-omzet van meer dan €1,5 miljard in de Europese Economische Ruimte (EER).

Handhaving: Wat gebeurt er als ondernemingen niet voldoen?

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) is voorgesteld als toezichthouder. Bij niet-naleving kan de ACM informatie opvragen over hoe een onderneming gepaste zorgvuldigheid toepast. Daarnaast kan de ACM bindende aanwijzingen geven om maatregelen te nemen. Als een onderneming hieraan geen gehoor geeft, kan de ACM lasten onder dwangsom opleggen, met boetes die kunnen oplopen tot maximaal 3% van de wereldwijde netto-omzet. Ook kan de ACM overtredingen openbaar maken, wat schadelijk kan zijn voor de reputatie van de onderneming.

Daarnaast kunnen benadeelden, zoals werknemers, lokale gemeenschappen of milieugroepen, schadeclaims indienen bij de civiele rechter als een onderneming haar verplichtingen niet nakomt. Dit kan leiden tot aanzienlijke financiële verplichtingen voor de onderneming.

Bovendien lopen ondernemingen die niet voldoen aan de IMVO-eisen het risico dat grote afnemers of partners zakelijke relaties beëindigen. Dit kan niet alleen leiden tot verlies van opdrachten, maar ook tot reputatieschade en een verlies van vertrouwen bij klanten, investeerders en andere stakeholders. In een tijdperk waarin duurzaamheid en ethisch ondernemen steeds belangrijker worden, kan niet-naleving van de WIVO dus strategische en financiële risico’s met zich meebrengen.

Hoe worden ondernemingen ondersteund in de voorbereiding?

Om ondernemingen te ondersteunen bij de implementatie van de WIVO, komt er uiterlijk 26 juli 2027 een set Europese richtsnoeren beschikbaar met onder andere best practices en modelcontractbepalingen. Daarnaast zijn er subsidieprogramma’s zoals SPVO en SVOM die ondernemingen helpen bij het toepassen van gepaste zorgvuldigheid.