29-09-2026

SBTi Corporate Net-Zero Standard V2.0: wat organisaties moeten weten

De Science Based Targets initiative (SBTi) heeft haar Corporate Net-Zero Standard V2.0 gepubliceerd, met belangrijke veranderingen in hoe organisaties op wetenschap gebaseerde klimaatdoelen vaststellen, implementeren en beoordelen. 

V2.0 kan gebruikt worden voor het stellen van doelen vanaf 1 februari 2027. Tussen 1 februari 2027 en 31 januari 2028 kunnen organisaties zowel V1.3.1 als V2.0 gebruiken. Vanaf 1 februari 2028 wordt V2.0 verplicht voor het vaststellen van SBTi-doelen. Organisaties die al doelen voor 2030 hebben, moeten vanaf 2028 beginnen met het vaststellen van hun doelen voor de volgende cyclus (2030–2035) onder V2.0.

Wat blijft hetzelfde, en wat verandert er? 

De algemene richting blijft ongewijzigd: van organisaties wordt verwacht dat ze hun emissies verminderen in lijn met wetenschappelijke methodes en werken naar netto-nul emissies uiterlijk in 2050. 
Het framework rondom deze doelen wijzigt wel in V2.0. De nieuwe versie legt meer nadruk op implementatie, transparantie en continue voortgang. Er worden meer gedifferentieerdere werkwijzen voor organisaties en hun waardeketen geïntroduceerd.

De 6 belangrijkste veranderingen zijn:

  1. Twee organisatiecategorieën: Categorie A en Categorie B, met verschillende verplichte vereisten. 
      Categorie A Categorie B
    Scope 3-doelen voor de korte termijn  Verplicht  Optioneel 
    Publicatie van transitieplan Verplicht  Optioneel 
    Assurance in basisjaar  Verplicht  Aanbevolen 
    Scope 2 matching per uur   Verplicht voor organisaties met significant elektriciteitsverbruik  Niet verplicht 
  2. Scope 2: nieuwe methodes voor koolstofarme elektriciteit en meer transparantie rond elektriciteitsmatching
  3. Scope 3: een nieuwe drempel van significantie van 5% en drie opties voor het vaststellen van doelen.
  4. Implementatie: organisaties moeten een transitieplan opstellen en emissiereducties zo dicht mogelijk bij de bron prioritiseren. 
  5. Voortgang: van organisaties wordt verwacht dat ze doorlopende voortgang laten zien en barrières voor implementatie aanpakken.

Doorlopende emissieverantwoordelijkheid: V2.0 introduceert een optioneel erkenning programma, gekoppeld aan klimaatbijdragen en voortgang ten opzichte van de doelen.  

De stappen die een organisatie moet doorlopen: 

1. Weet eerst in welke organisatiecategorie je valt 

V2.0 verdeelt organisaties in Categorie A en Categorie B.

Categorie A omvat grote organisaties uit alle landen en middelgrote organisaties uit landen met een hoog inkomen. Categorie B omvat kleine organisaties uit alle landen en middelgrote organisaties uit landen met een lager inkomen.

Het onderscheid is belangrijk, omdat sommige vereisten die verplicht zijn voor Categorie A, optioneel zijn voor Categorie B. Dit betreft onder andere het publiceren van een transitieplan, de assurance van basisjaargegevens en het vaststellen van Scope 3-doelen. SBTi moedigt organisaties in Categorie B aan om verder te gaan dan deze minimumvereisten.

V2.0-readinesscheck

  • Bepaal je status: Categorie A of B
  • Identificeer welke vereisten van toepassing zijn op jouw categorie
  • Val je in Categorie A? Bereid je dan voor op de aanvullende vereisten rond assurance, transitieplan en Scope 3

 

2. Scope 2: bekijk hoe je elektriciteit beheert

Scope 2 verandert zowel vanuit het perspectief van het stellen van doelen als implementatie. V2.0 biedt verschillende benaderingen, waaronder een alignment-doel voor koolstofarme elektriciteit (low-carbon electricity, LCE), een locatie gebonden absoluut Scope 2-doel, of beide, afhankelijk van de toepasselijke vereisten.

De nieuwe standaard introduceert ook meer transparantie rond elektriciteitsmatching. Organisaties met significant elektriciteitsverbruik moeten rapporteren welk percentage van hun Scope 2-elektriciteitsverbruik per uur is gecontracteerd of gematcht met koolstofarme elektriciteit. SBTi definieert significant elektriciteitsverbruik als een activiteit met duidelijke gedefinieerde grenzen van 10 GWh of meer per jaar.

Geografische matching is eveneens vereist, op basis van zogenaamde deliverability-regio's, met specifieke bepalingen voor onderling verbonden regio's. Het matchen van elektriciteitsverbruik per uur wordt door SBTi aangemoedigd, terwijl erkenning voor het behalen van specifieke uur-matchingniveaus optioneel is.

V2.0-readinesscheck

  • Scheid je Scope 1- en Scope 2-gegevens
  • Bekijk je inkoop- en matchingafspraken voor elektriciteit
  • Controleer de vereisten voor geografische matching
  • Heb je een significant elektriciteitsverbruik? Bereid je dan voor op het rapporteren van matching per uur
  • Bepaal welke Scope 2-doelbenadering op jou van toepassing is

 

3. Scope 3: een nieuwe 5%-toets en drie manieren om doelen vast te stellen

Scope 3 is een van de grootste veranderingen in V2.0. Organisaties in Categorie A moeten Scope 3-doelen voor de korte termijn vaststellen die de significante Scope 3-categorieën dekken. Een categorie is significant wanneer deze 5% of meer van de totale Scope 3-emissies in categorieën 1–14 vertegenwoordigt. Voor de Corporate Net-Zero Standard geldt de 5%-significantietoets voor Scope 3-categorieën 1–14. Categorie 15 (investeringen), wordt behandeld via de SBTi Financial Institutions Net-Zero Standard. Beperkte uitsluitingen zijn mogelijk wanneer aan de voorwaarden in de standaard wordt voldaan, mits deze worden onderbouwd.

Organisaties kunnen kiezen uit drie benaderingen:

Optie 1: Overkoepelende emissiereductie

Verminder Scope 3-emissies langs een lineair traject richting residuele emissies, in lijn met een netto-nul-traject.

Optie 2: Alignment van leveranciers en/of klanten

Verhoog het aandeel relevante Tier 1-leveranciers en/of klanten dat in transitie is of netto-nul aligned is. Onder V2.0 is een organisatie 'in transitie' als deze op korte termijn geldende doelen heeft die Scope 1, Scope 2 en materiele Scope 3-emissies dekken, in lijn met het bereiken van netto-nul in 2050, of meer dan 90% van haar omzet genereert uit transitie- of transitie-ondersteunende activiteiten onder erkende duurzame-financieringstaxonomieën.  

Een netto-nul aligned organisatie heeft nul of residuale emissies over Scopes 1–3, of genereert meer dan 90% van haar omzet uit activiteiten die onder erkende duurzame-financieringstaxonomieën als netto-nul aligned zijn geclassificeerd.

Optie 3: Categorie- of activiteit specifieke doelen

Deze optie is bedoeld voor organisaties met geconcentreerde emissies in bepaalde Scope 3-categorieën of uit activiteiten met hoge uitstoot. Het stelt organisaties in staat op maat gemaakte aanpakken voor de doelen te gebruiken die aansluiten bij de beschikbare mitigatiemogelijkheden. Het is ontworpen om de inkoop van koolstofarmere grondstoffen en een geleidelijke transitie naar koolstofarmere producten en diensten aan te moedigen.

Deze aanpak maakt onderscheid tussen 3 soorten emissies: (1) Upstream-emissies met sector or commodity trajecten, zoals staal, cement en transport; (2) overige upstream-emissies; en (3) downstream-emissies. Afhankelijk van de emissiebron kunnen organisaties o.a. gebruikmaken van emissiereductiedoelen, het verhogen van het aandeel koolstofarmere of netto-nul aligned grondstoffen of transport, leveranciersalignment of productgebruik- of klantalignment.

In de praktijk identificeren organisaties eerst hun Scope 3 hotspots en kiezen vervolgens de aanpak die past bij de beschikbare mitigatiemogelijkheid. Een organisatie met significante emissies uit ingekocht staal kan bijvoorbeeld een toepasselijk sector- of grondstoftraject gebruiken. Een organisatie met significante downstream-emissies kan zich juist richten op productgebruik of het einde van de levensduur.

V2.0-readinesscheck

  • Breng Scope 3-categorieën 1–14 in kaart
  • Identificeer categorieën die 5% of meer van de Scope 3-emissies vertegenwoordigen
  • Bekijk de toegestane uitsluitingen
  • Kies een van de drie methodes voor het vaststellen van doelen
  • Bereid de relevante leveranciers-, klant- of activiteitengegevens voor 

 

4. Van een doel instellen naar laten zien hoe je het gaat realiseren

V2.0 legt meer nadruk op implementatie. Alle organisaties moeten een transitieplan opstellen en onderhouden waarin staat hoe hun doelen worden geïmplementeerd. Het plan moet relevante acties en tijdlijnen omvatten, evenals de belangrijkste aannames en afhankelijkheden. Organisaties in Categorie A moeten hun transitieplan openbaar maken.

De standaard introduceert daarnaast een implementatiehiërarchie. Organisaties moeten prioriteit geven aan directe acties die emissies aan de bron verminderen. Waar dit door structurele beperkingen onvoldoende haalbaar is, kunnen acties plaatsvinden binnen relevante gedeelde systemen of, waar passend, op sectorniveau.

Wat betekent "best efforts"?

SBTi gaat ervan uit dat organisaties hun "Best efforts" geven om de doelen te bereiken. Dit betekent niet dat organisaties gemiste doelen kunnen negeren. V2.0 erkent dat organisaties kunnen stuiten op barrières of afhankelijkheden die de implementatie belemmeren. Van organisaties wordt verwacht dat ze voortgang laten zien, deze barrières identificeren en actie ondernemen om ze te managen. 
De standaard introduceert ook een optioneel erkenningsprogramma voor doorlopende emissieverantwoordelijkheid. Dit wordt beoordeeld tijdens de End-of-cycle Assessment en kijkt naar voortgang ten opzichte van gevalideerde doelen, in combinatie met in aanmerking komende klimaatbijdragen.

 

Conclusies

SBTi V2.0 is niet zomaar een nieuwe versie van SBTi. Het legt meer nadruk op hoe organisaties hun doelen implementeren, rapporteren en waarmaken. Voor organisaties die zich voorbereiden op de transitie is het startpunt helder: weet in welke categorie je valt, bekijk je data, herbeoordeel Scope 2 en Scope 3, begrijp welke vereisten op jou van toepassing zijn en bereid je implementatieplan voor, voordat V2.0 in 2028 verplicht wordt voor nieuwe indieningen.

Heeft deze blog je interesse gewekt? Of wil je meer weten over wat dit voor jouw organisatie betekent? Neem gerust contact op met Jonah Link via jonah@2impact.nl om te bespreken hoe 2impact je organisatie kan helpen. Bekijk onze dienstenpagina voor al onze klimaatdiensten. 


Bekijk ook onze events-pagina om te zien of er binnenkort een share & learn-event over dit onderwerp plaatsvindt.