Een diepgaande analyse van de vereenvoudigde ESRS
Achtergrond
In het licht van het Omnibus-pakket heeft EFRAG gewerkt aan de vereenvoudiging van de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) die in juli 2023 zijn gepubliceerd, met als doel de rapportagelast te verminderen. Na de eerste exposure drafts en publieke consultaties in de zomer van 2025 is op 30 november 2025 een nieuwe set ESRS-standaarden gepubliceerd. De standaarden bevatten een vereenvoudigde structuur en herziene inhoud. Samen met geüpdatete criteria m.b.t. de reikwijdte en andere formele aanpassingen zullen deze standaarden het CSRD-kader voor de komende jaren vormen. Lees meer over de juridische procedure en tijdslijnen in deze blog.
In deze blog verkennen we de belangrijkste elementen van de vereenvoudigde ESRS, gebaseerd op de zes vereenvoudigingshefbomen (simplification levers) die door EFRAG zijn toegepast. Daarnaast lichten we de belangrijkste wijzigingen toe in ESRS 2 (Algemene toelichtingen), E1 (Klimaatverandering), S1 (Eigen personeel) en G1 (Zakelijk gedrag). Tot slot kijken we vooruit en geven we advies aan ondernemingen die binnen de reikwijdte vallen hoe zij zich passend kunnen voorbereiden.
De documenten en wijzigingen in datapunten
EFRAG heeft verschillende documenten gepubliceerd met betrekking tot de vereenvoudigde ESRS-standaarden. De belangrijkste categorie bestaat uit de 12 gewijzigde ESRS-standaarden, inclusief een aangepaste begrippenlijst. Een document dat de onderbouwing en methodologie achter de wijzigingen toelicht, is de Basis for conclusions. Om alle voorgestelde wijzigingen te volgen, kan het Log of amendments behulpzaam zijn. Tot slot is een nieuw type document geïntroduceerd: niet-verplichte illustratieve richtsnoeren (non-mandatory illustrative guidance) met voorbeelden hoe over datapunten kan worden gerapporteerd. Alle conceptdocumenten kunnen hier geraadpleegd worden.
In totaal is het aantal verplichte datapunten met bijna 61% verminderd. Vrijwillige datapunten zijn volledig geschrapt. De mate van reductie verschilt aanzienlijk per standaard. Een volledig overzicht van de reductie per standaard is hieronder weergegeven:
ESRS standaard |
Reductie datapunten (%) |
| ESRS 2 – Algemene toelichtingen | 53% |
| E1 – Klimaatverandering | 57% |
| E2 – Verontreiniging | 64% |
| E3 - Water | 70% |
| E4 – Biodiversiteit | 78% |
| E5 – Circulaire economie | 64% |
| S1 – Eigen personeel | 57% |
| S2 – Werknemers in de waardeketen | 68% |
| S3 – Getroffen gemeenschappen | 71% |
| S4 – Consumenten / eindgebruikers | 73% |
| G1 – Zakelijk gedrag | 57% |
Belangrijkste wijzigingen via zes vereenvoudigingshefbomen
De wijzigingen in de ESRS-rapportagevereisten zijn gegroepeerd rond zes vereenvoudigingshefbomen. Hieronder bespreken we elke hefboom afzonderlijk.
1. Vereenvoudiging van de dubbele materialiteitsanalyse
Veel stakeholders ervoeren de DMA als belastend en te complex, onder meer door een focus op procedure boven inhoud, een gebrek aan richtsnoeren en collectieve misinterpretaties die leidden tot onnodige detaillering (met name door accountants). Daarom wordt de focus teruggebracht naar de doelstellingen van de DMA, in plaats van deze te beschouwen als puur een compliance-oefening.
De DMA dient een getrouwe weergave te zijn van de ESG-onderwerpen die voor de onderneming het meest relevant zijn. Een top-downbenadering op basis van het bedrijfsmodel, met aandacht voor twijfelachtige materiële onderwerpen, wordt aanbevolen. De lijst met ESRS sub-onderwerpen dient als startpunt voor de beoordeling. Betrokkenheid van stakeholders wordt sterk aangemoedigd.
Daarnaast is aanvullende sturing ontwikkeld voor het meenemen van mitigerende maatregelen bij de impactbeoordeling. Voor daadwerkelijke impacts kunnen mitigerende maatregelen uit voorgaande jaren worden meegenomen. Voor potentiële impacts kunnen reeds geïmplementeerde maatregelen worden meegenomen, mits redelijkerwijs kan worden aangenomen dat deze effectief zijn.
2. Verbeterde leesbaarheid van de duurzaamheidsverklaring
Ondernemingen willen hun eigen verhaal kunnen vertellen en compliance-gedreven verslaggeving vermijden, wat volgens stakeholders onvoldoende mogelijk was in de oorspronkelijke duurzaamheidsverklaring. Daarom bevatten de vereenvoudigde standaarden de mogelijkheid om een managementsamenvatting op te nemen, evenals de optie om bijlagen toe te voegen voor (te) gedetailleerde informatie en EU-Taxonomie-rapportage. Tevens is verduidelijkt dat beleid, acties en doelstellingen slechts eenmaal hoeven te worden gerapporteerd, waardoor fragmentatie en herhaling worden voorkomen.
3. Herziening van de minimale toelichtingsvereisten (MDR’s)
Overlap tussen de minimale toelichtingsvereisten (Minimum Disclosure Requirements, MDR’s) en de thematische ESRS-standaarden veroorzaakten vaak complexiteit, duplicatie en overmatige detaillering in toelichtingen over beleid, acties en doelstellingen. Daarom heeft EFRAG overkoepelende algemene toelichtingsvereisten (General Disclosure Requirements, GDR’s) geïntroduceerd op het niveau van ESRS 2, met een herzien aantal datapunten. Daarnaast is er meer flexibiliteit geïntroduceerd ten aanzien van het niveau waarop beleid, acties en doelstellingen worden toegelicht: op onderwerpniveau, sub-onderwerpniveau of zelfs op het niveau van impacts, risico’s en kansen (IRO-niveau).
4. Verhoogde duidelijkheid en toegankelijkheid van de ESRS-standaarden
Een andere bron van inefficiëntie was de complexe architectuur van de ESRS-standaarden zelf. Er is een herziene structuur ingevoerd waarin verplichte toelichtingen duidelijker zijn aangegeven en toepassingsvereisten direct onder de betreffende toelichtingsvereisten zijn geplaatst. Alle vrijwillige datapunten en overige richtsnoeren zijn verplaatst naar de niet-verplichte illustratieve richtsnoeren. De redactionele formulering is in de gehele set ESRS-standaarden gestroomlijnd.
5. Vermindering van de rapportagelast
Hoewel alle vereenvoudigingshefbomen bijdragen aan het verminderen van de rapportagelast, richt deze hefboom zich met name op verlichting bij complexe maatstaven (metrics) en op verduidelijking van rapportage- en waardeketenafbakening. Een vrijstelling op basis van ‘onevenredige kosten en inspanningen’ (undue cost and effort) is nu expliciet opgenomen in de ESRS. Dit betekent dat de kosten van het verkrijgen van bepaalde informatie niet zwaarder mogen wegen dan het belang van stakeholders om deze informatie te ontvangen. Deze vrijstelling kan echter uitsluitend in uitzonderlijke gevallen van hoge kosten worden toegepast; rapporterende ondernemingen moeten aanzienlijke inspanningen leveren om de gegevens te verkrijgen alvorens hierop een beroep te kunnen doen.
Een andere verlichting betreft de mogelijkheid om maatstaven te rapporteren die slechts een deel van de waardeketen bestrijken, indien gegevens ontbreken. Niet-materiële activiteiten mogen bovendien worden uitgesloten van de berekeningen. De informatie die kan worden opgevraagd bij (kleinere) waardeketenpartners is beperkt tot de inhoud van de VSME-standaard.
6. Versterking van de interoperabiliteit met de ISSB-standaarden
Voor ondernemingen die rapporteren onder zowel ESRS als ISSB leidde het verschil in rapportagevereisten tot extra lasten en duplicatie van informatie. Daarom is de terminologie gestroomlijnd en zijn de rapportagegrenzen voor broeikasgasemissies geharmoniseerd. Waar de ESRS voorheen een benadering op basis van operationele controle verplicht stelden voor de berekening van broeikasgasemissies, wordt nu de benadering op basis van financiële controle vanuit de ISSB-standaarden als standaardmethodologie gehanteerd.
Belangrijkste wijzigingen in ESRS 2, E1, S1 en G1
Hieronder een overzicht van de belangrijkste wijzigingen aan thematische standaarden:
ESRS 2 – Algemene toelichtingen
De meeste toelichtingen in ESRS 2 blijven ongewijzigd. De governance-toelichtingen met betrekking tot bestuurs-, leidinggevende en toezichthoudende organen (voorheen GOV-1 en GOV-2) zijn samengevoegd tot één toelichting. De toelichtingen over stakeholderbetrokkenheid en de interactie van impacts, risico’s en kansen (IRO’s) met strategie en bedrijfsmodel zijn prominenter gepositioneerd op overkoepelend ESRS 2-niveau en verwijderd uit de thematische standaarden. Hetzelfde geldt voor de toelichtingen over het DMA-proces (voorheen IRO-1).
ESRS E1 – Klimaatverandering
De herziene ESRS bevatten diverse belangrijke wijzigingen in de klimaatstandaard. Er wordt meer nadruk gelegd op het klimaattransitieplan en de analyse van klimaatrisico’s en -weerbaarheid, waarbij wordt verduidelijkt hoe klimaatrisico’s en weerbaarheidsaspecten het transitieplan dienen te informeren. De methode voor de berekening van broeikasgasemissies is aangepast: van een benadering op basis van operationele controle naar een benadering op basis van financiële controle. Daarnaast is scope 3-rapportage explicieter gebaseerd op materialiteit en de haalbaarheid van het verkrijgen van de benodigde gegevens. Een gedetailleerde uitsplitsing van scope 3-emissies per categorie is niet langer verplicht. Toelichtingen over het DMA-proces zijn uit de standaard verwijderd (zoals in alle milieustandaarden) en verplaatst naar het overkoepelende ESRS 2-niveau.
ESRS S1 – Eigen personeel
Voor alle sociale standaarden, inclusief ESRS S1, zijn de toelichtingen over belangen en standpunten van stakeholders (voorheen SBM-2) en de interactie van IRO’s met strategie en bedrijfsmodel (voorheen SBM-3) verwijderd uit de thematische standaarden en ondergebracht op overkoepelend ESRS 2-niveau. Daarnaast zijn toelichtingen over betrokkenheid van werknemers en processen voor herstelmaatregelen en meldkanalen samengevoegd tot één toelichting. De toelichting over een overkoepelend mensenrechtenbeleid is verplaatst naar ESRS 2 en heeft betrekking op alle vier sociale stakeholdergroepen. Tot slot zijn veel maatstaven met betrekking tot eigen werknemers vereenvoudigd.
ESRS G1 – Zakelijk gedrag
Voor de standaard inzake zakelijk gedrag is de structuur rond beleid, acties en doelstellingen (Policy, Action, Target – PAT) geïntroduceerd. De standaard is nu in lijn gebracht met de andere thematische standaarden. De toelichtingen over het DMA-proces en de governance-structuur zijn eveneens verwijderd uit deze standaard en ondergebracht op overkoepelend ESRS 2-niveau.
Wat nu en hoe verder?
EFRAG heeft op 30 november 2025 de definitieve versie van de vereenvoudigde ESRS opgeleverd. De Europese Commissie zal naar verwachting in het tweede kwartaal van 2026 een delegated act vaststellen, waarna de Raad en het Europees Parlement vier maanden de tijd hebben om het voorstel goed te keuren of te verwerpen. Naar verwachting zal medio 2026 een nieuwe set goedgekeurde ESRS-standaarden beschikbaar zijn.
In de tussentijd adviseren wij om de wijzigingen reeds in detail te analyseren. Voor ondernemingen die reeds rapporteren conform ESRS betekent dit dat zij de voorlopige implicaties voor hun duurzaamheidsrapportage moeten beoordelen, bijvoorbeeld door te analyseren wat behouden moet blijven en wat mogelijk kan vervallen om de relevantie van het verslag te vergroten. Tevens is het raadzaam de dubbele materialiteitsbeoordeling (DMA) te actualiseren om wijzigingen in de interne en externe bedrijfsomgeving en organisatie te weerspiegelen, in lijn met de nieuwe richtsnoeren. Voor ondernemingen die nog nieuw zijn met ESRS-rapportage maar reeds voorbereidingen hebben getroffen, adviseren wij om te starten met een actualisatie van de DMA voordat materiële toelichtingsvereisten worden beoordeeld. Op basis van de materiële toelichtingsvereisten adviseren wij tijdig interne (data)processen te versterken om gereed te zijn voor verplichte duurzaamheidsrapportage over boekjaar 2027. Aangezien ondervinding het beste bewijs is, bevelen wij sterk aan om 2026 te gebruiken als eerste proefrapportagejaar. Dit stelt u in staat de benodigde ervaring op te doen en zowel processen als inhoud in 2027 verder te verbeteren.